logofbPunthuizerweg 16
7588 PE Beuningen
Overijssel NL

Contact

 

KLOATSCHEET'N


KLOATSCHEET'N is misschien wel de oudste sport, die er in ons land bestaat. Toch heeft dit spel nog maar weinig bekendheid, vooral ook omdat het nog teveel als folklore en niet als een volwaardige sport met een lange traditie gezien wordt.
Erg populair is deze sport in het Oosten van ons land. Daar wordt dit spel niet alleen beoefend in de weekends, maar vooral 's zomers zelfs bijna dagelijks door zowel dames als heren. Ook bij de jeugd geniet deze buitensport grote belangstelling.
Er bestaan zelfs twee bonden, waarbij de 'Nederlands's Kloatscheeters Bond" als enige (en oudste) bond de authentieke werpmethode heeft gehandhaafd. Beide bonden zijn aangesloten bij de Federatie voor Klootschieters en Kogelwerpers en daardoor tevens lid van de NOC*NSF.
Het kloatscheet'n lijkt een eenvoudige sport, maar toch is er meer lenigheid, techniek en taktiek voor nodig dan menig toeschouwer op het eerste gezicht zal vermoeden.
Men speelt zowel individueel alswel in groepsverband en jaarlijks wordt er een competitie gehouden, die zich meestal uitstrekt over de maanden september tot en met maart, ter afwisseling soms onderbroken door bekerwedstrijden e.d. Grote belangstelling genieten voorts de Cupwedstrijden en niet te vergeten de Persoonlijke Bondskampioenschappen.

--------------------------------------------------------------------------------

DE ORGANISATIE.

De Nederlands'n Kloatscheeters Bond - afgekort N.K.B. - werd op 20 juli 1931 in Ootmarsum opgericht onder de benaming O.D.A., welke naam toentertijd de nadruk moest leggen op de toe te passen werpmethode - die overigens nog steeds ongewijzigd is gebleven - nl. OnDerArms. Naamswijzigingen volgden op 25 oktober 1936 tijdens een vergadering in Denekamp - het werd toen T.K.B. (Twentse Klootschieters Bond) - en op 18 september 1967, toen men in Oldenzaal, waar de Bond nu zetelt, het besluit nam de naam te veranderen in N.K.B.
Vanaf 3 juli 1970 werd officiëel van de Nederlandse Kogelwerp Bond gesproken. Na het samengaan met de Losserse Klootschieters Federatie op 23 april 1993 spreekt met nu van de "Nederlands'n Kloatscheeters Boond". Volgens het Bijvoegsel van de Nederlandse Staatscourant d.d. 11 oktober 1962 nr. 198 verkregen de statuten Koninklijke goedkeuring.

De bij de N.K.B. aangesloten verenigingen zijn bij een afdeling (of Distrikt) ingedeeld en elke Afdeling heeft haar bestuur, dat weer verantwoording verschuldigd is aan het Bondsbestuur. Laatstgenoemd Bestuur wordt gevormd door 7 personen, zoveel mogelijk verdeeld over de diverse afdelingen of regio's.
Elk jaar wordt de Algemene Ledenvergadering gehouden. Twee bestuursleden zijn dan volgens een rooster aftredend en, indien deze zich niet meer herkiesbaar stellen, wordt door de vergadering een nieuw bestuurslid gekozen, meestal op voordracht van het Hoofdbestuur.
Tijdens de jaarvergadering legt het Bestuur verantwoording af over het gevoerde beleid en maakt - indien mogelijk - het komende wedstrijdprogramma aan de leden bekend. Ook wordt vastgesteld welke bijdrage iedere vereniging voor het komende jaar aan de Bondskas verschuldigd is, terwijl er uit de vergadering een commissie benoemd wordt, die tot taak krijgt de inkomsten en uitgaven van de Bond te controleren en hiervan verslag uit te brengen.
De huidige Bond heeft nog steeds haar domicilie in Oldenzaal en is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 40073246.

--------------------------------------------------------------------------------

HET SPEL.

Kloatscheet'n is een spel, dat zich naast (top)sport ook uitstekend leent als rekreatie-sport voor zowel man als vrouw, voor jong en oud. Het bestaat - zoals de benaming reeds aangeeft - uit het werpen met een (ronde houten met lood verzwaarde) kloat over een zo groot mogelijke afstand en wel via een onderarmse slag. Deze slag is, zoals gezegd, een onderarmse voorwaartse beweging van de werparm met de bedoeling om de kloat zover mogelijk, maar korrekt te "schieten". Dit korrekte schieten wil zeggen, dat de werparm van de speler tijdens het schieten het lichaam niet raakt.

Bij kortebaan- (of zet-) wedstrijden wordt alleen de afstand gemeten, die de kloat door de lucht heeft afgelegd, dus vanaf de werplijn tot de eerste inslag (aanraking met de grond), maar bij de langebaan- (of veld-) wedstrijden telt, behalve de hiervoor bedoelde vlucht, ook de uitrol van de kloat mee.

De speler of het team van spelers (2 of meer) die/dat in een vooraf bepaald aantal beurten (ook rondes genoemd) de grootste afstand heeft weten af te leggen, is winnaar. Een team speelt beurtelings, te vergelijken met een estafette. Ook worden er wedstrijden gehouden over een bepaalde lengte, b.v. 1000 meter. De speler of groep die deze afstand in het minste aantal beurten weet te overbruggen, is winnaar. Is het aantal beurten echter gelijk, dan is diegene winnaar, die de eindstreep met het hoogste aantal meters gepasseerd is.
Een worplengte voorsprong heeft men verkregen door b.v. in 5 beurten een grotere afstand af te leggen dan de tegenstander in 6 beurten.

Aangezien kloatscheet'n alleen buiten, dus in de vrije natuur, gespeeld kan worden, mag dit spel tot één van de gezonde sporten worden gerekend. Omdat - ook in teamverband - alle ogen gericht zijn op de speler, aangemoedigd door een dikwijls grote schare van supporters, die met spanning zijn verrichtingen volgt, kan deze sport, psychisch gezien, voor menig beoefenaar van grote waarde zijn.

--------------------------------------------------------------------------------

DE KLEDING.

Alhoewel bij wedstrijden sportkleding niet offciëel verplicht is gesteld, is het aanbevelenswaardig gemakkelijk zittende, bewegingsvrije kleding te dragen.
Vanzelfsprekend steekt een vereniging haar leden wel in sportkleding, al dan niet in eigen clubkleuren.
Bij kloatscheet'n zijn diverse soorten sportschoenben in gebruik. Meestal wordt het schoeisel aan de conditie van het speelterrein aangepast. Schoenen met noppen (voetbalschoenen) zijn voor de meeste banen geschikt. De ideale schoen voor kloatscheet'n is moeilijk aan te geven.

--------------------------------------------------------------------------------

HET MATERIAAL.

Er wordt gespeeld met ronde houten kloaten, die een omtrek hebben van minimaal 16 cm. Deze wordt 3 maal haaks op elkaar doorboord en de aldus ontstane gaten, welke voor één kloat dezelfde diameter moeten hebben, worden met lood gevuld. Aangezien de doorsnede van de loodvulling niet aan een bepaling is gebonden, kunnen er gewichtsverschillen ontstaan. Konische loodvullingen, kloaten met doorboringen van ongelijke dikte (een zgn. trekkloat) etc. zijn niet toegestaan.

Houtsoorten

Voor het maken van een kloat zijn meerdere houtsoorten geschikt o.a. eiken- of beukenhout, hout van vruchtbomen, hulst enz. Ook buitenlands hardhout wordt gebruikt, maar dit is niet voor elke baan aan te bevelen.
Kunststof is voor de aanmaak van kloaten volgens het Bondsreglement niet toegestaan.
Het is aanbevelenswaardig, dat elke speler eigen materiaal ter beschikking heeft. Tijdens trainingen kan men dan oefenen met en wennen aan kloaten van een bepaalde dikte of gewicht, waardoor in de wedstrijd betere en meer konstante resultaten te verwachten zijn. Gewoonlijk wordt op een lange baan een kloat gebruikt met een gemiddelde doorsnee van ± 7 cm. en met een gewicht variërend van 300 tot 400 gram.

--------------------------------------------------------------------------------

DE KORTE BAAN.

De korte- (of zet-) baan is een speciaal uitgezet terrein, b.v. op een breed gedeelte van een lange baan of op een voetbalveld. De breedte van de baan is in dit geval 1/3 van de baanlengte. Zet men b.v. een baan uit van 90 meter, dan is de uiterste breedte 30 meter (zie tekening).
Gespeeld wordt met een kloat met een minimale omtrek van 16 cm en met een vast gewicht van 225 gram. Doel van een kortebaan-wedstrijd is om een zo groot mogelijke afstand door de lucht af te leggen (vergelijk kogelstoten, discuswerpen e.d.).
Gewoonlijk werpt de speler drie maal achter elkaar, waarvan de verste worp telt. Een schot, dat buiten het afgebakende terrein komt, is ongeldig. Bij elke geldige worp plaatst de scheidsrechter bij de inslag (de plek waar de kloat de grond het eerst raakt) een vlaggetje.
De speler moet de kloat vóór de werplijn wegwerpen. Via een witte of rode vlag geeft de starter aan of de worp al dan niet geldig is. De afstand van de verste worp wordt gemeten met een stalen meetband vanaf de inslag tot aan het midden op de werplijn. Kortebaan- of zetwedstrijden worden zowel persoonlijk als in groepsverband gespeeld. Topspelers werpen bij de voorgeschreven werptechnieken een afstand die ligt tussen de 70 en 90 meter.
Het is uiterst belangrijk dit spel-onderdeel te beheersen, want spelers die op de korte baan uitblinken, doen zulks meestal ook op de lange baan.


DE KORTE- (of zet-) BAAN

A:   Vlaggemast met vlag op 100 meter.
B:   Baanbreedte (1/3 deel van baanlengte).
C:   Afstand in meters aan weerszijden van de scheidingslijnen van de baan.
D:   Scheidingslijnen (lint).
E:   As van de baan.
F:   Meetpunt op de werplijn.
G:   Vlakke aanloop in het verlengde van de as van de baan. Breedte twee meter met een
       aanloop van minstens 20 meter.


--------------------------------------------------------------------------------

DE LANGE BAAN.

Kloatscheet'n wordt in principe gespeeld op een lange- (of veld-) baan. Voor de aanleg van zo'n baan bestaan geen bindende voorschriften. De breedte variëert van 10 tot 15 meter en de lengte schommelt meestal tussen de 500 en 1000 meter. Bij voorkeur wordt een baan aangelegd op een geaccidenteerd terrein met natuurlijke hindernissen.
De speelruimte op de baan wordt aangegeven door de baan aan weerszijden te markeren door middel van (afstands)paaltjes of vlaggetjes, tenzij er een natuurlijke afscheiding is b.v. een sloot of begroeiing. Start- en keerlijnen zijn duidelijk aangegeven.
Bij elke baan behoort een baanreglement, dat door de Bond is goedgekeurd. Er is ook een algemeen baanreglement met de minimale wensen van aanleg.

--------------------------------------------------------------------------------

DE TECHNIEK.

Het belangrijkste en meest fascinerende van de kloatscheetsport is, wanneer je alléén voor de werplijn staat, want daar worden de missers en goede worpen gemaakt. Daar ben je de hoofdrolspeler, die, aangestaard door een groot aantal toeschouwers, alleen de (top)prestatie moet leveren.
Het werpen met een perfecte techniek, goed geconcentreerd zijn, weten hoe men wil spelen, dat alles is een samenspel, waarbij genoemde techniek en concentratievermogen een belangrijke rol spelen. Dit alles kan men leren en een sportman, die het vermogen heeft om zich sterk toe te leggen op hetgeen hij wil en moet doen, zal ongetwijfeld de top kunnen bereiken. Hoewel er net zoveel technieken zijn als kloatscheeters - karakter en mentaliteit van een speler zijn medebepalend voor succes - dient men toch aan enige fundamentele eisen te kunnen voldoen.

Een ieder, of hij nu een kampioen is, een gevorderde of een beginneling, hij is op dezelfde manier begonnen, nl. door de grondslagen van de techniek te bestuderen, te begrijpen en te leren. Een goede coach zal goede aanwijzingen kunnen geven, maar toch zal eenieder zijn eigen stijl ontwikkelen. Ook hier geldt: jong geleerd, oud gedaan. Ook een goede sfeer in een goed georganiseerde vereniging of bond zal bijdragen tot betere resultaten. Prestaties komen ook bij het kloatscheet'n door bekwaamheid en door de wil om zich daarvoor in te spannen.

Om een topprestatie te kunnen leveren, moet men duidelijk een doel voor ogen hebben, ervan overtuigd zijn dat men die kan bereiken, gemotiveerd zijn en de goede techniek en kracht bezitten. Het steeds blijven schaven aan conditie, techniek, concentratie, motivatie en zelfvertrouwen is bepalend voor succes.

--------------------------------------------------------------------------------

DE GREEP.

Over de greep, ofwel het vasthouden van de kloat, zijn verschillende meningen. Een ons insziens goede greep willen wij hier nader omschrijven.
Voor een kloat met een omtrek van 16 cm. en met een gewicht van 225 gram (door de Bond voorgeschreven bij kortebaan-wedstrijden):
 

a)  duim boven op het midden van de kloat;

b)  middel- en wijsvinger iets gespreid aan de onderkant;

c)  pink en ringvinger ter ondersteuning naast de kloat;

d)  de kloat vóór in de hand plaatsen.

Voor de langebaan-wedstrijden en met een kloat van ± 7 cm. doorsnee:

a)  duim boven op de kloat;

b)  middelvinger aan onderkant midden van de kloat;

c)  ring- en wijsvinger iets gespreid naast de middelvinger;

d)  de vingertop van de middelvinger in een kleine uitholling in het lood
     (of in een deukje in het hout) leggen; 

 Dit laatste dient om:

1)  beter kontakt te hebben met de kloat;

2)  op het moment dat men de kloat wegwerpt en deze de middelvinger verlaat, een topspin te  doen ontstaan, waardoor het verder uitrollen van de kloat wordt bevorderd;

3)  om de kans dat de kloat stuitert (opspringt), als deze met topspin gespeeld wordt, te verminderen.

Het bovenstaande kan jaren van training en coaching kosten om deze greep goed te beheersen.

--------------------------------------------------------------------------------

DE AANLOOP.

Neem alle tijd voor de aanloop. Ook hier geldt: haastige spoed is zelden goed. De lengte van de aanloop tot de werplijn is qua afstand in meters variabel per speler nl. van 5 tot ± 25 meter. Aangezien de terreinomstandigheden bijna steeds verschillend zijn, is het goed om iedere aanloop eerst te proberen. Bepaalt een bepaalde al dan niet geadviseerde plek voor de aanlooproute niet, dan bestaat nog de kans om een betere mogelijkheid te zoeken of anders volgt men de aanwijzigingen op van de coach of van de medespelers.
Bij de starthouding dient men zich goed te realiseren wat men wil en moet doen om tot een zo ver mogelijk schot te komen. Tijdens de aanloop moet men precies weten of men b.v. laag, op ooghoogte of op afstand wil plaatsen: tussen deze 3 mogelijkheden mag dan niet meer worden getwijfeld. Tenslotte dient de aanloop geconcentreerd, ontspannen en met zelfvertrouwen uitgevoerd te worden.

--------------------------------------------------------------------------------

DE WERPTECHNIEK.

Bij kloatscheet'n is alleen de losse onderarmse slag toegestaan: de rondslag, slingerslag en de bovenhandse werpwijze zijn verboden. Wij onderscheiden bij deze sport drie technieken, die als volgt van elkaar te onderscheiden zijn:

a)  het laag over de baan plaatsen van de kloat;

b)  het werpen van de kloat op ooghoogte (d.i. ± 2 à 3 meter);

c)  het plaatsen van de kloat op ± 40 à 60 meter, waarna de uitrol volgt.
     (P.S.: bij kortebaan-wedstrijden telt de uitrol niet mee)

--------------------------------------------------------------------------------


HET LAAG OVER DE BAAN PLAATSEN.

Voor een rechtshandige speler geldt de volgende starthouding:
Het bovenlichaam enigszins naar voren gebogen. De linkervoet in de te werpen richting. De rechtervoet staat hier ± een ½ meter schuin achter. Het gewicht van het lichaam rust beurtelings op beide voeten. De linkerhand wijst ontspannen in de werprichting. De rechterhand houdt de kloat op de juiste manier vast (zie: de greep). Door de arm tijdens de starthouding krachtig naar voren en naar achteren te zwaaien, voel je of de kloat goed in de hand ligt. Indien deze tijdens dit zwaaien nog in de hand draait of dreigt weg te glippen, dan kan nog een correctie aangebracht worden door b.v. de kloat meer achter in de hand te leggen of steviger vast te houden.
Nu concentreer je je op de plek waar je de kloat precies wilt plaatsen en vanwaar deze het beste zal uitrollen, hierin bijgestaan door de medespelers, die hiervoor als "anwiezer" dienen. Verlies dit punt tijdens de aanloop en de afzetsprong niet uit het oog.
Nu begin je met de aanloop (5 à 25 meter), waarbij de rechterhand ontspannen langs het lichaam zwaait, de knieën - bij de lage werptechniek - iets gebogen en met het bovenlichaam een weinig naar voren. De arm blijft tijdens deze aanloop gestrekt.

 De afzetsprong wordt ingezet door de linkervoet krachtig af te zetten en wel ca. 1 meter voor de werplijn. Gelijktijdig gaat de werphand naar achteren, daarna onmiddelijk - eveneens gestrekt - naar beneden resp. naar boven (een slag van 180°), waarna de kloat de hand verlaat.

Tegelijkertijd kan men met de neus van de rechterschoen een remspoor achterlaten, hetgeen dient om de kloat meer vaart te geven. Zet dus het linkerbeen krachtig af, rem met het rechterbeen, terwijl met de rechter-werparm gestrekt van achteren en vervolgens boven schouderhoogte naar voren komt. Het linkerbeen en de linkerarm gaan met kracht zijwaarts naar achteren, zodat het hele lichaam een kwart slag draait. Dus nogmaals: zich met het linkerbeen krachtig afzetten, de werparm gestrekt naar voren brengen, een remspoor achterlaten en het linkerbeen en de linkerarm zijwaarts naar achteren brengen in één vloeiende beweging. Ook de schouderspieren hebben tijdens het 'schieten' een belangrijke functie.
Na de kloat te hebben losgelaten, is het belangrijk dat men deze nog even blijft volgen: zie hiervoor de omschrijving van de follow-through.

--------------------------------------------------------------------------------


HET SPELEN OP OOGHOOGTE.

De starthouding is praktisch gelijk aan die van de lage werpwijze. De aanloop is meestal langer en sneller en kan vergeleken worden met die van een verspringer. Het lichaam is wat meer rechtop gericht, terwijl de knieën tijdens de aanloop minder gebogen zijn.
De afzetsprong is ook gelijk, echter met dit onderscheid, dat de werparm een slag maakt van 225° n.l. van zover mogelijk recht naar achteren tot schouderhoogte gestrekt naar voren, waarna de kloat wordt weggeworpen en er een "follow-through" volgt.
Het naar voren brengen van het lichaam tijdens het werpen van de kloat is belangrijk om deze meer snelheid mee te geven. Het met gestrekte werparm de vlucht van de kloat (mikpunt) volgen, komt de juiste richting ten goede.

--------------------------------------------------------------------------------

HET PLAATSEN OP GROTE AFSTAND (60-90 mtr.).

Het grote verschil met andere werpmethoden is hier de aanloop. Deze laatste is te vergelijken met die van een hoogspringer: geconcentreerd langzaam met de aanloop beginnend om vervolgens tot een krachtige afzetsprong te komen.
Belangrijk is dat men tijdens de aanloop meer rechtop loopt in de juiste schotrichting en men zich concentreert op een punt hoog in de lucht (b.v. een wolk, een vlaggemast, tak of boom). Dit heeft tot doel de kloat een juiste boog te laten maken (een hoek van 45°) en - bij langebaanwedstrijden - de kloat zover mogelijk te laten uitrollen.

--------------------------------------------------------------------------------

DE "FOLLOW - THROUGH".

De follow-through is een belangrijk onderdeel van de techniek: het is de afronding van de afzetsprong.
De techniek dient om de klaot de juiste richting te geven, snelheid, hoogte en topspin mee te geven.
Het is het recht naar voren doorzwaaien van de werparm, nadat de klaot is losgelaten. Deze zwaai dient, bij "laag over de grond"-spel tot boven heuphoogte, bij "halfhoog (ooghoogte)"-spel tot boven schouderhoogte en bij het werpen over grotere afstand tot boven het hoofd voortgezet te worden, zonder dat men daarbij het evenwicht verliest.
Het lichaam mag tijdens de follow-through de werplijn passeren.

--------------------------------------------------------------------------------

DE TAKTIEK.

Taktiek is denkwerk en vereist overleg, inzicht en ervaring. Het is zaak dat de spelers het spel kennen en begrijpen. Was het in het verleden meestal zo, dat de beste speler van de ploeg het eerste schot deed en daardoor automatisch leider van het team was, deze manier van leidinggeven mag als achterhaald worden beschouwd. De leider van een team - die tevens de aanvoerder kan zijn - wordt nu gekozen door de ploeggenoten.
Een speler wordt op die plaats opgesteld, waar hij voor zijn team het meest van nut kan zijn. Iedere speler heeft zijn eigen specifieke eigenschappen en kan het ene onderdeel van het spel beter beheersen dan het andere, b.v. laag of half-hoog werpen, plaatsen over grote afstand of het schieten met effekt naar links of naar rechts, enz.
Wel is het verstandig dat de leider de speelwijze en de volgorde van de opstelling vóór de wedstrijd met zijn (mede)spelers doorneemt. Dit kan onnodige spanningen tijdens belangrijke wedstrijden voorkomen en bovendien kan de speler zich beter op de hem toebedachte plaats concentreren. Vooral in een eerste spelronde is dit zeer goed mogelijk.

--------------------------------------------------------------------------------

DE "LAATSTE MAN".

Dikwijls is bij spannende wedstrijden - in teamverband - de laatste worp beslissend voor het eindresultaat. Daarom is het aan te bevelen om als "laatste man" een meer ervaren speler op te stellen, die zich door de spanning van dat moment niet laat beïnvloeden.
Indien een jonge, onervaren speler het beslissende eindschot moet doen, dan kan de druk om een goede prestatie neer te moeten zetten te groot worden: een mislukte worp kan het gevolg zijn.

--------------------------------------------------------------------------------

DE AANMOEDIGING.

Een enthousiast, luid en massaal aanmoedigen van de spelers, zowel door medespelers, clubgenoten als supporters is een kenmerkend verschijnsel bij het kloatscheet'n. Dit aanmoedigen moet de speler stimuleren om, wat betreft concentratie en inzet, tot het uiterste te gaan.
Nadat de coach of (ploeg)leider, in gezelschap van medespelers en supporters op de baan aanwijzingen geeft naar de spelers toe wat betreft zijn werprichting, hoe en waar hij de kloat moet trachten te plaatsen, wordt de speler vanaf zijn starthouding tot aan zijn schot luidkeels aangemoedigd.
Zodra de kloat met de baan in aanraking komt, wordt deze in zijn uitrollen - vooral bij een goede worp - enthousiast door de bovenvermelde supporters gevolgd - ook het publiek trimt dus mee !! - maar ook bij een minder geslaagde beurt is het aan te bevelen om voor de nodige geestdrift te zorgen en zodoende bij te dragen aan een goede wedstrijdsfeer en de niet te versmaden teamspirit. Door luid en massaal aan te moedigen geeft men de speler vertrouwen en raakt hij geïnspireerd en gemotiveerd, terwijl de sfeer groeit en de resultaten ten goede beïnvloed worden.
Vanzelfsprekend zal men hierbij rekening moeten houden met het karakter en de leeftijd van de speler: vooral een jeugdige speler zal even aan die sfeer moeten wennen. Juist bij een achterstand mogen die aanmoedigingen niet verslappen, integendeel, het lawaai kan niet alleen een stimulans zijn om zich te blijven inzetten, maar kan tevens de tegenstander dermate intimideren dat e.e.a. tot verrassende positieve resultaten voor het eigen team kan leiden.

--------------------------------------------------------------------------------

DE "WARMING-UP".

Het is een goede gewoonte om vóór de aanvang van een wedstrijd de spieren los te maken. Door onvoorbereid aan een belangrijke wedstrijd deel te nemen, komt men vaak tot minder positieve resultaten.

Voor een goede warming-up heeft men minstens 15 minuten nodig en een getrainde speler zal hierbij opbouwend te werk gaan, b.v.:

5 keer ontspannen gooien;
5 keer laag, rustig en gericht plaatsen;
5 keer rustig, geplaatst en op ooghoogte werpen, dus werpen op 20 à 40 meter, al naar gelang de capaciteiten van de speler;
5 keer zover mogelijk - 60 tot 80 meter - vooral geplaatst werpen.
Dit wordt aangevuld met kort loopwerk, het "loszwaaien" van de armen, het strekken van de beenspieren en het "sprintjes trekken", om de aanloop te oefenen.

Korte tijd hierna dient de wedstrijd te beginnen, zodat men "warm" aan de wedstrijd gaat deelnemen. Alle mogelijke moeilijkheden, die men tijdens de wedstrijd kan tegenkomen, zijn dan ook reeds bij de warming-up aan het daglicht getreden, d.w.z. men "kent de baan".
Belangrijk is ook, dat men tijdens de wedstrijd warm gekleed is, vooral in de winter. Koude spieren vormen niet alleen een belemmering voor het leveren van goede prestaties, maar verhogen tevens het risico voor het oplopen van blessures.

--------------------------------------------------------------------------------

DE UITROL.

De uitrol begint daar, waar de kloat voor het eerst de grond raakt. Om de kloat zover mogelijk te laten uitrollen, is het nodig om een geschikte plaats (harde grond) uit te zoeken, waar men de kloat tracht te laten neerkomen. Rekening dient te worden gehouden met de richting van waaruit de speler speelt en tevens of de volgende worp vanuit een acceptabele positie genomen kan worden. Ook de loop van de baan (bochten, struikgewas etc.) dient in het oog te worden gehouden om een zo lang mogelijke uitrol te kunnen bewerkstelligen.

Op een lange-baan is het nodig dat:

de kloat geplaatst wordt op een harde plek, liefst achter een kleine helling en
dat het terrein waarop de kloat uitrolt, zoveel mogelijk vrij is van natuurlijke hindernissen, zoals water, mul zand, lang gras, modder enz.

--------------------------------------------------------------------------------

DE TRAINING.

Om het spel goed te beheersen, zal men veel aandacht moeten besteden aan timing en sprongkracht. Timing om op het juiste moment de kloat los te laten en sprongkracht voor de afzetsprong. Bij het kloatscheet'n speelt ook de souplesse van de speler een belangrijke rol om een speler van niveau te kunnen worden genoemd. Dit kan men trainen, waarbij de onderdelen lenigheid, techniek, concentratievermogen en sprongkracht wel de belangrijkste onderdelen zijn van dit spel. Wel dient men per onderdeel planmatig en opbouwend te werk te gaan.

Specifieke trainingsmethoden voor kloatscheet'n zijn er sinds kort ook. De eerste gediplomeerde trainers lopen nu bij de verenigingen om de prestaties van de schutters op te bouwen en om trainingsschema's voor nieuwelingen op te stellen, daarbij in het oog houdend de vorenbedoelde gerichte en planmatige aanpak.
De beste training is natuurlijk het spelen van het spel zelf, b.v. in competitieverband of bij cupwedstrijden. Als men bereid is doelgericht te trainen en mede daardoor tijdens de wedstrijd in goede vorm verkeert, kan men tot betere of zelfs optimale prestaties komen.

--------------------------------------------------------------------------------

DE TAAK VAN DE (HOOFD-)SCHEIDSRECHTER.

Bij de hoofdscheidsrechter zijn de taken als volgt te omschrijven:

Heeft algehele leiding;
Houdt er toezicht op dat er volgens de reglementen gespeeld wordt;
Houdt notitie van de door de speler behaalde afstanden en van het aantal beurten per speler (kortebaan)
en voor wat betreft het laatste ook bij cupwedstrijden e.d.
De taken van de scheidsrechter zijn als volgt te rangschikken:

Is er verantwoordelijk voor dat de speler ongestoord zijn worp kan doen;
Controleren of de speler op de juiste wijze en vóór de werplijn de kloat wegwerpt;
Dat de speler schiet met door de Bond voorgeschreven materiaal;
Het bijhouden van het aantal beurten per speler;
Het vaststellen van de plaats van de afzetsprong d.m.v. de meetlat;
Bij kortebaan-wedstrijden het inslagpunt van een geldige worp markeren.

--------------------------------------------------------------------------------

DE SCHEIDSRECHTER

Bij competitiewedstrijden berust de leiding bij 2 (of liever nog 4) scheidsrechters, die door en uit de beide deelnemende clubs worden aangewezen. Deze arbiters zijn uitgerust met een meetlat van 2 meter lengte en een rode vlag. Met behulp van genoemde lat meet hij uit, waar de tegenspeler van de tegenpartij volgens het wedstrijdreglement zijn aanloop mag doen, terwijl de tweede scheidsrechter tot taak heeft om het punt, waar de kloat is uitgerold te markeren. Bij een ongeldige worp wordt de rode vlag getoond.

Bij cup-wedstrijden fungeren er 4 scheidsrechters (2 van elke deelnemende club) met daarnaast een door de Bond aangewezen neutrale hoofdscheidsrechter. Deze laatste treedt ook op bij alle overige soorten van wedstrijden (persoonlijke, groeps- of kortebaan-wedstrijden), daarbij geassisteerd - al naar gelang de deelname - door één of meerdere scheidsrechters.

--------------------------------------------------------------------------------

DE TAAK VAN DE COACH/LEIDER.

Een coach (of leider) kan een speler waardevolle aanwijzingen geven. Vanzelfsprekend moet de speler vertrouwen in en een goed kontakt hebben met de coach, zodat hij ook diens aanwijzingen accepteert.

Enkele tips voor de coach:

Aangeven waar de kloat precies geplaatst dient te worden;
Hoe de kloat geplaatst moet worden: laag, halfhoog, hoog enz.;
De goede aanloop-richting van de speler aanwijzen;
Erop letten dat de goede speler op de voor zijn kwaliteiten juiste plaats staat;
Waar heeft de kloat na de eerste iopstuit de beste uitrolmogelijkheid;
Goed rekening houde met de beurt van de volgende speler. Het is mogelijk dat een speler
een minder goede worp moet doen (opofferingsworp) om zijn teamgenoot in de gelegenheid te stellen
om vanuit een gunstiger positie tot het gewenste resultaat te komen.
Voor het geven van instructies aan de speler zijn o.a. de volgende mogelijkheden:  
 
1) De coach/leider geeft gehurkt aan, dat de kloat laag gespeeld moet worden op de door hem aangegeven plaats.
 2) Met de armen gestrekt naar voren op schouderhoogte geeft de coach/leider aan, dat de kloat op ooghoogte (halfhoog) gespeeld dient te worden op de door hem aangegeven plaats.
 3) De coach/leider, rechtop staand met armen omhoog, geeft aan dat de kloat zover mogelijk geplaatst moet worden en op de door hem ingenomen plaats moet neerkomen voor de uitrol.
 
--------------------------------------------------------------------------------

Bron: Nederlandse Kloatscheeters bond